Telefoon: +31 161 228700 Ma. t/m. Do.: 8:00 – 17:30uur
Vr: 8:00 - 17:00uur

In dit artikel hebben wij een gedetaileerd praktijkvoorbeeld over een CM-meting opgesteld. Hierin kunt u lezen hoe technici van de firma Von der Lieck middels moderne meetapparatuur bepalen of een afwerkvloer qua vochtgehalte geschikt is om een vloerbedekking aan te brengen.

Meting met een analoog CM-unit


Thermografisch opsporen vloerverwarming


CM-meting in een woning


Vochtmeting middels de T 2000

De situatie

In een woning heeft men een nieuwe vloer aangebracht waarin een vloerverwarming is opgenomen. Men heeft gekozen voor een parketvloer.

Alvorens deze parketvloer te gaan leggen wil de bewoner een onafhankelijke vochtmeting laten uitvoeren aan de cementdekvloer, teneinde beschadiging van het parket te voorkomen als gevolg van restvocht. Helaas heeft men vergeten vloerdelen te markeren waar geen vloerverwarmingsleidingen lopen, om aldaar vloermonsters te kunnen nemen voor het bepalen van het vochtgehalte zonder de vloerverwarming te raken.

Opsporen van de vloerverwarming

Voorafgaand aan de eigenlijke vochtmeting zijn eerst de leidingen van de vloerverwarming middels een thermografiecamera gelokaliseerd. Een dag van te voren was de vloerverwarming uitgeschakeld om te voorkomen dat de cementdekvloer geheel was opgewarmd en de individuele vloerverwarmingsslangen niet meer zichtbaar zouden zijn.

De positie van de gelokaliseerde slangen is ter plaatse op de vloer gemarkeerd.

Selectie van de geschikte meetlokaties

Om een geschikte meetlokatie te selecteren is eerst een beschadigingsvrije vochtmeting uitgevoerd op basis van een dielektrisch systeem. Hiermee kunnen eventuele sterk afwijkende vochtwaarden worden opgespoord. Het bepalen van het absolute vochtgehalte voor het doen van uitspraken of de vloerbedekking (parket) gelegd kan worden is middels

een beschadigingsvrije vochtmeting niet mogelijk. Wel kan uit de verkregen meetwaarden de positie van het te nemen materiaal monster worden bepaald voor het uitvoeren van een CM-vochtmeting.

In dit geval zijn er met het dielektrische meetsysteem vochtwaarden aangetroffen tussen de 65 en 115 digits. Hierbij geldt dat met het toenemen van de meetwaarde ook het vochtgehalte van het betreffende bouwdeel toeneemt.

Voor de selectie van de definitieve meetlokatie is daarom in elk vertrek de plaats met de hoogste vochtwaarde gekozen, waarbij rekening is gehouden met de reeds middels een thermografische inspectie opgespoorde vloerverwarmingsleidingen. Hierdoor wordt voorkomen dat bij het openen van de vloer de betreffende leiding wordt beschadigd.

Uitvoering CM-meting

Nadat de posities voor het nemen van een vloermonster zijn bepaald, kan de eigenlijke CM-meting worden uitgevoerd. Hiertoe is middels een hamer en beitel een klein deel van de afwerkvloer uitgehakt. Indien dit met een boormachine zou geschieden bestaat de kans dat door de warmte ontwikkeling een deel van het vocht reeds is verdwenen alvorens de meting wordt uitgevoerd.

Uit de kern van het vloermonster is in totaal 50 gram materiaal afgewogen, vergruist en in de CM-reactor ingebracht. Alvorens de reactor te sluiten zijn er vier stalen kogels en een calciumcarbit-ampul toegevoegd.

Vervolgens is na het sluiten van de reactor, overeenkomstig de voorschriften, deze geschud waardoor het materiaal zich nog verder vergruist en tevens de ampul breekt zodat er een reactie kan plaats vinden met het in het monster aanwezige water. Uit deze reactie ontstaat acyteleen en calciumhydroxide. Hierbij ontstaat tevens een drukverhoging in de reactor. Uit deze drukverhoging is een relatie te leggen met het vochtgehalte van het betreffende vloermonster. De afleesbare manometer heeft reeds een aangepaste schaal in CM-% afgestemd op een materiaal hoeveelheid van 20gr, 50gr of 100gr. Dit geeft als voordeel dat aan het eind van de meting direct het vochtgehalte kan worden afgelezen.

Men dient rekening te houden met het feit dat de verkregen waarde in CM-% aangegeven wordt. Deze waarde is niet identiek aan het watergehalte van het M.-% dat door de Darr-methode wordt verkregen. De vochtwaarde verkregen uit de Darr-methode is in de regel hoger dan uit de CM-meting. Dit komt omdat er geen rekening gehouden is met het fysiek gebonden water in het CM-systeem, maar alleen met het vrij gekomen water van de buitenkant van het gruis.

De beoordeling van het meetresultaat

De uitgevoerde meettechnische handelingen worden in een rapportage aan de opdrachtgever verstrekt.

Belangrijk daarbij is dat de beoordeling van het wel of niet kunnen leggen van de betreffende vloer door in dit geval de parketteur dient te geschieden, omdat hij uiteindelijk verantwoordelijk is voor de uitvoering van zijn werkzaamheden. De verkregen CM-waarden kunnen met tabellen vergeleken worden in relatie tot het soort vloer (cement, magnesium, calciumsulfaat), danwel of de vloer verwarmd wordt. Uiteraard is ook het aan te brengen materiaal en zijn eventuele lijmsoort in dit afwegingsproces van belang.

Dit bericht is geplaatst in VDL, Uit de praktijk en getagd, , , , , , . Bookmark de permalink.

2 Reacties op CM-meting

  1. Pingback: Even een fabeltje over thermografie (infrarood) uit de wereld helpen ! | Trotec Group Blog – Nederlands

  2. Pingback: Vochtdetectie in een zwembadperron | Trotec Group Blog – Nederlands

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

  • Ontdekt u hier meer …

  • Archief

Top Keywords for http://www.trotec-blog.com/nl/vdl/cm-meting-2/